Aquariumvissenwinkel
Astatotilapia Nubila, blauwzwart mannetje met rode staart en vinzoom voor een rode steen

Astatotilapia Nubila

€ 6,35

Op voorraad

Victoriameer-cichlide van zo’n 11 cm. Mannetjes worden zwart met rode vinranden. Houd één man met meerdere vrouwtjes in hard, basisch water.

Totaal € 31,75

Let op: de Astatotilapia Nubila leeft in een groep. Bestel er minder dan 5 alleen om een bestaande groep aan te vullen.

  • Elke zaterdag bezorgd
  • Veilig verpakt met zuurstof
  • 14 dagen garantie
  • Gratis afhalen in Beilen

Veilig betalen met

  • iDEAL en Wero
  • Bancontact
  • PayPal

Specificaties

Latijnse naam
Haplochromis nubilus
Herkomst
Afrika
Familie
Cichlidae
Lengte
11 cm
Temperatuur
25 °C
PH-waarde
7.5 – 8.5
Dieet
Omnivoor
Voeding
Diepvriesvoer, Granulaat, Rode muggenlarven, Levend voer
Waterlaag
Middenonder
Aquarium
120 cm of groter
Groep
Minstens 5 samen

Astatotilapia Nubila (Haplochromis nubilus)

Deze kleine haplochromine cichlide wordt in de handel meestal verkocht als Astatotilapia nubila, in het Engels ook wel Blue Victoria Mouthbrooder. Dominante mannetjes kleuren diep zwart, met rode randen aan de staart-, rug- en aarsvin en duidelijke eivlekken op de aarsvin. Vrouwtjes en jonge vissen zijn veel onopvallender, zilverig tot groengrijs. Volwassen dieren worden ongeveer 11 cm, mannetjes iets groter dan vrouwtjes.

De soort komt uit het stroomgebied van het Victoriameer in Oeganda, Kenia en Tanzania. Daar leeft hij in ondiepe oeverzones dicht bij waterplanten, onder meer tussen papyrus. De geldige wetenschappelijke naam is tegenwoordig Haplochromis nubilus; de naam Astatotilapia nubila is een oudere indeling die in de handel blijft hangen. In het wild gaat de soort achteruit en staat hij als kwetsbaar op de Rode Lijst van de IUCN.

Mannetjes zijn sterk territoriaal en onverdraagzaam tegenover andere mannetjes, ook van verwante Victoriacichliden. Houd daarom één man met minstens vier vrouwtjes, zodat zijn aandacht verdeeld wordt; één los vrouwtje wordt vaak doodgejaagd. Reken op een bak van minimaal 120 cm lang met stenen, holen en dichte beplanting als zichtbarrières, en wat open zandbodem. Het water moet hard en basisch zijn (pH 7,5 tot 8,5, 24 tot 26 °C); koraalzand helpt dat stabiel te houden. De soort is gevoelig voor nitraat, dus ververs wekelijks een flink deel van het water. Geef afwisselend granulaat, cichlidenkorrels en diepvriesvoer zoals rode muggenlarven en artemia. Als gezelschap komen alleen stevige cichliden met vergelijkbare waterwensen in aanmerking; een soortbak is het rustigst. De vrouwtjes zijn muilbroeders en dragen de eieren ongeveer drie weken in de bek.