
Kleurgarnaal
€ 3,25
Op voorraad
De kleurgarnaal (Neocaridina davidi) is een levendig en onderhoudsvriendelijk garnaaltje dat kleur en beweging brengt in elk gezelschapsaquarium met voldoende schuilplekken.
- Elke zaterdag bezorgd
- Veilig verpakt met zuurstof
- 14 dagen garantie
- Gratis afhalen in Beilen
Veilig betalen met
Specificaties
- Latijnse naam
- Neocaridina davidi
- Herkomst
- Azië
- Familie
- Atyidae
- Lengte
- 3.5 cm
- Temperatuur
- 24 °C
- PH-waarde
- 6.5 – 7.5
- Dieet
- Omnivoor
- Voeding
- Algen, Bodemvuil, Diepvriesvoer, Granulaat, Levend voer, Rode muggenlarven, Zwarte muggenlarven
- Waterlaag
- Bodem
- Aquarium
- 60 cm of groter
Kleurgarnaal (Neocaridina davidi)
De kleurgarnaal, bekend onder de wetenschappelijke naam Neocaridina davidi, is inmiddels een vertrouwd gezicht in veel zoetwateraquaria. Met hun brede variatie aan kleuren – van felrood tot diepblauw, helder geel of zelfs transparant – zijn deze garnalen haast het bonte snoepgoed van de aquaristiek. Maar schijn bedriegt niet: achter dat sierlijke uiterlijk schuilt een stevig diertje met een nieuwsgierig karakter en een opmerkelijk aanpassingsvermogen.
Niet alleen mooi om naar te kijken, maar ook verrassend nuttig. Kleurgarnalen staan bekend als opruimers. Ze scharrelen gestaag over bladeren, stenen en decoraties op zoek naar rottende plantenresten, voedselresten of biofilm. Daarbij laten ze het aquarium netjes achter zonder echt storend gedrag te vertonen. Het zijn rustige bewoners, idealiter gehouden in groepen, die de lagere waterlagen en decoraties doorkruisen zonder hun medebewoners lastig te vallen. In een goed ingericht aquarium zijn ze de stille werkers.
Qua karakter zijn ze eerder verlegen dan opdringerig. Zeker in het begin zullen ze schuilen tussen mos, hout of drijfplantwortels. Maar geef ze wat tijd – en voldoende beschutting – en je ziet ze vaker in het open water verschijnen. Een groepje doet het beter dan een enkel individu: ze voelen zich veiliger en gedragen zich natuurlijker in groepsverband. De interactie onderling kan aandoenlijk zijn, al zullen ze nooit luidruchtig of dominant worden.
Wat inrichting betreft zijn er wel wat voorkeuren. Kleurgarnalen zijn dol op mos, vooral soorten als Javamos of Weeping Moss. Niet alleen omdat het bescherming biedt, maar ook als voedingsbron. Biofilm vormt zich hier rijkelijk, en laat dat nu net zijn wat jonge garnalen het liefste eten. Het overplanten of verplaatsen van mos uit een ander aquariumdeel kan al helpen bij het op gang brengen van die biofilmproductie. Verder zijn stukken kienhout en donkere bodems populair – zowel visueel als functioneel.
Deze garnalen stellen weinig eisen, maar hun gevoeligheid voor plotselinge veranderingen moet je niet onderschatten. Grote schommelingen in temperatuur of waterwaarden kunnen stress veroorzaken, en dat merk je meteen aan hun gedrag: ze verstoppen zich meer, vervellen niet goed of blijven klein. Rustige omstandigheden en geleidelijke aanpassingen bij bijvoorbeeld waterverversingen helpen enorm. Houd daarbij in je achterhoofd dat ze geen fan zijn van koper, wat soms nog voorkomt in bepaalde medicatie of leidingwater.
Voeden is niet ingewikkeld, maar wel iets waar je even je weg in moet vinden. Veel aquarianen voeren hun garnalen slechts enkele keren per week bij met speciaal garnalenvoer. Dit voorkomt overvoeding en houdt de waterkwaliteit stabiel. Wat niet gegeten wordt, kan immers snel zorgen voor vervuiling op micro-niveau. Afwisseling met brandnetelblad, courgette of een klein stukje spirulinatablet houdt de darmwerking in balans en biedt natuurlijke variatie. Let vooral op hoeveel er daadwerkelijk gegeten wordt: wat na een paar uur blijft liggen, haal je beter weg.
Een aangename bijkomstigheid van kleurgarnalen is hun voortplantingsgedrag – zeker in soortenbakken. Als de omstandigheden stabiel zijn, planten ze zich spontaan voort. Je ziet het vrouwtje dan met eitjes onder haar achterlijf lopen, die ze regelmatig ‘ventileert’ met haar zwembewegingen. Jongere dieren schuilen vaak in dichte beplanting of onder stenen, waar ze veilig kunnen opgroeien. In gezelschapsbakken met roofvissen is de overlevingskans van jonge garnalen natuurlijk kleiner, dus daar zien we zelden een echte populatieopbouw.
Ze combineren goed, zolang je enkele basismatregelen in acht neemt. Kleine, vreedzame vissen – denk aan microrasbora’s, kleine tetra’s of dwergcorydora’s – vormen doorgaans een veilige omgeving. Vermijd grotere of jagende vissoorten, want dan verandert de kleurgarnaal al snel van opruimer in prooi. Beter is het om te kijken naar langzame, rustige visjes die geen directe belangstelling hebben voor bewegende snacks. Garnalen zijn immers geen goede sprinters en kunnen zich maar beperkt verdedigen.
De fascinatie voor Neocaridina davidi komt deels uit hun eenvoud, maar ook uit de enorme variatie. Vanuit dezelfde basissoort zijn talloze kleurvormen gekweekt, elk met hun eigen naam: Red Cherry, Blue Dream, Orange Sakura, noem maar op. De essentie blijft echter hetzelfde – het zijn actieve, nuttige en verrassend onderhoudsarme bewoners die zelden teleurstellen. Met een beetje aandacht voor structuur en stabiliteit kunnen ze jaren mee, en blijven ze hun subtiele aanwezigheid voortdurend etaleren zonder opdringerig te worden.